- Platform: Xbox
- Genre: Action-adventure
- Franchise: Assassin’s Creed
- Releasejaar: 2007
Met de Xbox-controller in de hand klom ik opnieuw over de daken van het Heilige Land, benieuwd hoe het allereerste deel van Assassin’s Creed na al die jaren standhoudt. Dit is het verslag van die speelsessie, inclusief de hoogtepunten en de onvermijdelijke ruwheid van een game die een heel genre op gang bracht.
![]()
De eerste sprong
Altaïr landt op een houten balk, glijdt langs een muur naar beneden en verdwijnt in de menigte. Dat moment, de allereerste keer dat het free-running systeem klikt, voelt nog steeds goed. Assassin’s Creed dwingt je in de openingsuren om ritme en afstand te leren. Elke sprong, elke greep aan een richel vraagt om de juiste combinatie van triggers en knoppen. De besturing is contextgevoelig, wat in 2007 vernieuwend was maar nu soms tegen je werkt. Meer dan eens greep Altaïr zich vast aan een raamkozijn terwijl ik naar de volgende toren wilde sprinten, en dat soort momenten breken het tempo.
Toch zit er iets verslavends in de manier waarop klimmen en sluipen samenkomen. De hidden blade activeren terwijl je door een groep burgers loopt, het doelwit raken en dan via de daken wegrennen: die kernfantasie werkt hier al verrassend sterk. Op de Xbox merk je dat de framerate af en toe hapert tijdens drukke straatscènes, maar het is nooit zo erg dat het de ervaring compleet verpest. De basis die Ubisoft hier legde is onmiskenbaar stevig, ook al voel je overal de randen van een eerste poging.
Observeren, stalken, toeslaan
De missiestructuur van Assassin’s Creed draait om een vaste loop. Rijd naar een stad, beklim een aantal uitkijktorens om de kaart te onthullen, voer een reeks voorbereidende opdrachten uit en maak uiteindelijk je doelwit af. Die opzet werkt de eerste paar keer uitstekend. Het gevoel van voorbereiding, van informatie verzamelen door gesprekken af te luisteren of zakkenrollers te onderscheppen, geeft gewicht aan de uiteindelijke moord. Op het moment dat je je doel nadert en de spanning stijgt, begrijp je precies waarom deze formule zo populair werd.
Het probleem is dat de game deze cyclus negen keer herhaalt zonder veel variatie toe te voegen. De voorbereidende missies bestaan uit een handvol types die steeds terugkomen: luistervinkopdrachten, informatierondes en kleinschalige gevechten. Na de vierde of vijfde keer weet je precies wat er komt, waardoor de spanning weglekt. De assassinations zelf blijven het hoogtepunt, want daar komt alles samen. De aanloop ernaartoe wordt gaandeweg meer een checklist dan een avontuur.
Tussen de actie door schakelt Assassin’s Creed regelmatig over naar de Animus-laag, het sci-fi frame rondom het historische verhaal. Die overgangen onderbreken het ritme flink. Net als je helemaal in de kruistochten zit, word je teruggetrokken naar een steriel laboratorium. De HUD en Animus-interface zijn onderdeel van dat concept, waarbij de game constant benadrukt dat je door een digitale lens naar het verleden kijkt. Het is een interessant concept, maar de uitvoering remt het tempo af op momenten dat je liever door wilt spelen.
Altaïr en de kruistochten
Altaïr begint als een arrogante moordenaar die zijn rang verliest en zich moet bewijzen door negen doelwitten uit te schakelen. Dat uitgangspunt is sterk: het geeft een duidelijke motivatie en structuur. De setting tijdens de Derde Kruistocht, met conflicten tussen Kruisvaarders en Saracenen, biedt een achtergrond die je zelden in games ziet. Ubisoft gebruikte echte historische figuren en locaties, en dat geeft de wereld een geloofwaardigheid die puur fictieve settings zelden bereiken.
Waar het verhaal minder goed werkt, is in de emotionele diepgang. Altaïr ontwikkelt zich wel gedurende de campagne, maar zijn transformatie voelt meer verteld dan getoond. Na elke moord volgt een gesprek met het stervende doelwit, en die scènes zijn inhoudelijk interessant. Toch mist de connectie met Altaïr als persoon, omdat hij tussen die momenten door weinig karakter laat zien. Het verhaal functioneert prima als kapstok voor de actie en als opzet voor de bredere franchise. Op zichzelf staand laat het je niet echt geraakt achter.
De moderne verhaallijn rond Desmond Miles voegt een mysterie toe dat in 2007 intrigerend was. Vandaag, met de kennis van hoe de franchise zich ontwikkelde, voelen die segmenten vooral als een belofte voor de toekomst. Ze werken beter als context voor de serie dan als zelfstandig verhaal.
Drie steden, één sfeer
Jeruzalem, Acre en Damascus zijn de drie speelgebieden, en elk heeft een eigen visuele identiteit. Jeruzalem baadt in warm licht met gouden tinten over de stenen gebouwen. Acre voelt grimmiger, met grijze havenmuren en modderige straten. Damascus is het meest kleurrijk, met marktkramen en brede pleinen. Die verschillen zijn subtiel maar merkbaar, en ze zorgen ervoor dat elke stad herkenbaar aanvoelt zodra je er arriveert.
De architectuur is het visuele hoogtepunt. Moskeeën, kerken en vestingmuren zijn met zorg vormgegeven en geven de wereld een historisch gewicht dat je voelt tijdens het klimmen. Op de Xbox zijn de texturen soms wat grof, vooral op straatniveau. Vanaf de daken, waar je het meeste tijd doorbrengt, oogt alles overtuigender. De draw distance is indrukwekkend voor een game uit 2007, en het uitzicht vanaf een synchronisatiepunt geeft je een goed overzicht van de stad onder je.
Audio speelt een belangrijke rol in de sfeer. De ambient geluiden van marktkooplui, biddende monniken en rinkelende wapenrustingen vullen de straten op een manier die de wereld levend maakt. De muziek is ingetogen en bouwt op tijdens infiltraties, met strijkers die de spanning verhogen zodra vijanden je in de gaten krijgen. Jesper Kyd componeerde een soundtrack die perfect past bij de setting zonder opdringerig te worden. Het is een van de sterkste aspecten van de hele game.
Herhaling en de Xbox-versie
De campagne duurt ongeveer 15 tot 20 uur, afhankelijk van hoeveel side content je meepakt. Het grootste probleem is dat die uren niet gelijkmatig gevuld zijn met interessante content. De eerste helft voelt fris en spannend, maar tegen de tweede helft heb je alle missietypes al meerdere keren gezien. Collectibles zoals vlaggen en Templar-doelwitten bieden extra speeltijd, maar zonder beloningen of verhaalcontext voelen ze als vulling.
De gevechten zijn functioneel maar beperkt. Het counter-systeem, waarbij je vijandelijke aanvallen afwacht en op het juiste moment reageert, is effectief maar eentonig. Zodra je de timing door hebt, vormen groepen soldaten nauwelijks nog een uitdaging. Variatie in vijandtypen is minimaal, waardoor gevechten in het laatste derde deel van de game routinematig aanvoelen.
Technisch draait Assassin’s Creed op de Xbox acceptabel. De framerate is stabiel genoeg tijdens verkenning en klimpartijen, maar daalt merkbaar in grote gevechten of drukbevolkte marktpleinen. Laadtijden tussen gebieden zijn lang naar huidige maatstaven, al worden ze deels gemaskeerd door de ritten te paard tussen steden. De camera werkt over het algemeen mee, behalve in nauwe steegjes waar hij soms vastloopt achter muren. Het zijn tekortkomingen die je in 2007 accepteerde, maar die nu opvallen.
Voor wie werkt deze game nog?
Assassin’s Creed is het meest interessant voor spelers die de oorsprong van de franchise willen begrijpen. De kernmechanismen, free-running, stealth en open-wereld verkenning, zijn hier in hun meest rauwe vorm aanwezig. Dat maakt het een fascinerende tijdcapsule, maar geen game die je pakt met de gepolijste ervaring van latere delen. De herhaling in missiestructuur en het gebrek aan variatie in gevechten maken langere sessies zwaar.
Nieuwe spelers moeten rekening houden met een leercurve die steiler is dan in recentere Assassin’s Creed-games. De besturing is minder vergevingsgezind, en de game legt weinig uit over zijn systemen. Dat past bij de tijd waarin het uitkwam, maar het kan frustrerend zijn als je gewend bent aan modernere onboarding. De singleplayer-campagne is de enige modus, dus de volledige ervaring draait om die 15 tot 20 uur verhaal en verkenning.
Voor wie al fan is van de serie biedt dit eerste deel vooral context. De thema’s, de Animus-structuur en de conflict tussen Assassins en Templars beginnen hier allemaal. Dat alleen al maakt het de moeite waard, zolang je bereid bent om door de ruwere momenten heen te spelen. Als puur speelplezier zijn latere delen sterker, maar als startpunt van een franchise die de hele industrie beïnvloedde, blijft Assassin’s Creed relevant. Videogames uit deze periode legden de basis voor veel van wat we vandaag als standaard beschouwen in open-wereld actiegames.
Waar kun je Assassin’s Creed kopen?
Assassin’s Creed is beschikbaar voor Xbox via zowel de digitale Xbox Store als fysieke Nederlandse retailers. De digitale versie kost rond de €9,99, terwijl prijzen voor fysieke exemplaren variëren per winkel en editie. Bekende verkooppunten zijn onder andere de Xbox Store, Bol.com, MediaMarkt en Game Mania.
(Koop via officiële retailers voor garantie en klantenservice. Prijzen kunnen variëren afhankelijk van de specifieke editie en het verkoopkanaal.)
Bekijk Assassin’s Creed in actie:
Bekijk Assassin’s Creed in actie:




