Pokémon FireRed en LeafGreen: Kanto opnieuw veroveren op de GBA

arrow-down
  • Platform: Nintendo
  • Genre: Action
  • Franchise: Pokémon
  • Releasejaar: 2004

Mijn Charmander staat op level 7 en ik loop Route 1 op. Alles voelt vertrouwd, maar de kleuren zijn feller, de menu’s strakker en het tempo scherper dan ik me herinnerde. Dit is hoe mijn terugkeer naar Kanto via FireRed en LeafGreen verliep.

Uitgelichte thumbnail voor Pokemon FireRed/Pokemon LeafGreen met Kanto-thema op de Game Boy Advance

Terug naar Kanto

Pallet Town ziet er precies uit zoals het hoort, maar dan in kleuren die daadwerkelijk van het GBA-scherm afspatten. De eerste stappen door het hoge gras, de keuze tussen Bulbasaur, Charmander en Squirtle bij Professor Oak, het eerste gevecht tegen je rivaal: FireRed en LeafGreen volgen het originele Red en Blue vrijwel beat voor beat. Toch voelt het niet als een simpele port. De interface is compleet opnieuw opgebouwd, met een overzichtelijk menusysteem dat items, Pokémon en de kaart veel sneller bereikbaar maakt dan in 1996.

Wat direct opvalt is hoe strak de pacing aanvoelt. De originele games hadden momenten waarop de voortgang stokte door onduidelijke hints of traag inventarisbeheer. In FireRed en LeafGreen is dat grotendeels opgelost met een ingebouwd helpsysteem dat via de Teachy TV werkt, en een running shoes-functie die je al vroeg krijgt. Daardoor loop ik sneller door routes heen zonder dat het gevoel van ontdekking verdwijnt. Het is dezelfde wereld, maar de remake respecteert je tijd beter.

De nostalgiefactor is groot, dat ontken ik niet. Maar FireRed en LeafGreen leunen daar niet op. De verbeteringen in de user interface en de quality-of-life aanpassingen maken dit een game die ook zonder roze bril goed speelt. Kanto is compact genoeg om overzichtelijk te blijven, en de 151 originele Pokémon vormen een roster dat je kunt overzien zonder een spreadsheet open te hoeven hebben.

Vangen, trainen, doorpakken

De kern van FireRed en LeafGreen draait om een loop die simpel klinkt maar enorm effectief is. Verken een nieuwe route, vang de Pokémon die je tegenkomt, train je team tot het sterk genoeg is voor de volgende gym en ga dan door naar de volgende stad. Elke route introduceert twee tot vier nieuwe soorten, waardoor er constant iets te ontdekken valt. Die constante stroom van nieuwe vangsten houdt de motivatie hoog, vooral in de eerste helft van het spel.

Het vangen zelf werkt prettig door de toevoeging van de Pokémon-natures en abilities uit Generation III. Dat geeft elke vangst net iets meer diepte dan in de originele Red en Blue, omdat een Pidgey met Keen Eye anders functioneert dan eentje met Tangled Feet. Voor wie daar niet in geïnteresseerd is, maakt het in de hoofdcampagne weinig verschil. Maar voor spelers die graag optimaliseren, voegt het een laag toe die het vangen interessanter maakt.

Waar de loop minder goed werkt, is in het middengedeelte van het spel. Tussen gym vier en zes zit een stretch waarin de levelcurve relatief vlak loopt, terwijl de wilde Pokémon in dat gebied niet veel variatie bieden. Ik merkte dat ik op bepaalde routes dezelfde Rattata’s en Zubats bleef tegenkomen, en het grinden begon daar wat te wegen. Het tempo trekt gelukkig weer aan zodra je Fuchsia City bereikt en de Safari Zone opengaat, maar die dip in het midden is merkbaar.

De TM- en HM-structuur is een ander punt dat anno nu wat gedateerd aanvoelt. HM-moves zoals Cut en Strength zijn verplicht om verder te komen, en dat betekent dat minstens één Pokémon in je team als HM-slave moet dienen. Het is een bekende frustratie uit die generatie, en FireRed en LeafGreen lossen dat niet op. Daar staat tegenover dat de game je genoeg opties geeft om dat slim te verdelen over je partij, zolang je bereid bent om af en toe een teamlid te wisselen via de PC.

De gyms voelen zwaarder

Kanto heeft acht gyms, en FireRed en LeafGreen maken daar geen geheim van. De volgorde is grotendeels lineair, met een paar momenten waarop je kunt kiezen welke gym je eerst aanpakt. Wat opvalt is dat de gymleaders in deze remake merkbaar sterker zijn dan in de originele games. Misty’s Starmie heeft Water Pulse en kan je team verwarren, terwijl Lt. Surge’s Raichu met Double Team frustrerend ontwijkend kan zijn. De AI is niet briljant, maar slim genoeg om zwakke plekken in je team bloot te leggen.

Bij Sabrina in Saffron City liep ik voor het eerst echt vast. Mijn team bestond op dat moment uit Charizard, Jolteon, Snorlax en een paar underleveled fillers. Geen enkele Pokémon had een move die supereffectief was tegen Psychic-types, en Sabrina’s Alakazam veegde mijn hele partij in drie beurten van tafel. Dat dwong me om terug te gaan, een Haunter te trainen en Shadow Ball te leren. Het was een moment waarop de game duidelijk maakte dat je niet wegkomt met alleen je starter overlevelen.

Die balans tussen toegankelijk en uitdagend werkt goed. De eerste drie gyms zijn haalbaar met vrijwel elk team, maar vanaf gym vier begint de game te verwachten dat je nadenkt over type coverage. Giovanni’s Ground-team in de laatste gym is een serieuze test als je geen Water- of Grass-type hebt getraind. De Elite Four en de Champion tillen dat nog een niveau hoger, met teams die breed genoeg zijn om elke monotype-strategie af te straffen.

Wat ik waardeer is dat de game je nooit expliciet vertelt hoe je moet spelen, maar je via de moeilijkheidsgraad dwingt om je team te diversifiëren. Dat voelt eerlijk. De informatie over type-effectiviteit staat in de Pokédex, de moves zijn duidelijk gelabeld, en de rest is aan jou. Voor spelers die gewend zijn aan de handholding van recentere Pokémon-games is dat misschien even wennen, maar het maakt overwinningen des te bevredigender.

Sevii Islands en extra inhoud

Na de Elite Four opent FireRed en LeafGreen een gebied dat niet in de originele Red en Blue zat. De Sevii Islands zijn een archipel van zeven eilanden met eigen verhaallijnen, nieuwe wilde Pokémon en een paar flinke dungeons. Het voelt als een substantiële toevoeging die het spel minstens 8 tot 10 uur extra speeltijd geeft, afhankelijk van hoe grondig je te werk gaat.

De eerste drie eilanden bezoek je al tijdens de hoofdcampagne, maar de overige vier worden pas na de Elite Four ontgrendeld. Op die eilanden vind je Pokémon uit Generation II die nergens anders in het spel voorkomen, zoals Larvitar en Skarmory. Dat maakt de Sevii Islands relevant voor completionists die hun Pokédex willen uitbreiden zonder te hoeven traden. Er zit ook een questreeks rond de Sapphire en Ruby-items die nodig zijn om te kunnen traden met Pokémon Ruby en Sapphire, wat in 2004 een slimme connectie was tussen de GBA-titels.

De kwaliteit van de Sevii Islands is wisselend. Sommige eilanden hebben interessante puzzels en sterke trainergevechten, terwijl andere vooral bestaan uit lange routes met weinig variatie. Eiland zes heeft een patroonpuzzel in de Dotted Hole die leuk is om uit te vogelen, maar eiland zeven voelt wat leeg na de eerste verkenning. De extra content werkt het best voor spelers die na de credits nog niet klaar zijn met Kanto en graag een reden hebben om door te spelen.

Voor wie de hoofdcampagne afrond en daarna de cartridge weglegt, zijn de Sevii Islands minder relevant. De verhaallijnen daar zijn losser en minder dwingend dan het pad naar de Pokémon League. Maar als je het type speler bent dat graag elk hoekje van een game verkent, bieden ze genoeg reden om nog een flinke tijd door te gaan.

Pixelhelder en herkenbaar

FireRed en LeafGreen zien er voor een GBA-game opvallend helder uit. De sprites zijn kleurrijk en goed leesbaar, met duidelijke animaties bij het inzetten van moves. Elke stad heeft een eigen kleurenpalet dat direct herkenbaar is: Cerulean City baadt in blauw, Celadon City in groen. De overworld-sprites zijn klein maar expressief genoeg om persoonlijkheid over te brengen, en de gevechtsschermen hebben een schone lay-out die alle relevante informatie overzichtelijk toont.

De muziek is een van de sterkste onderdelen. De originele composities van Junichi Masuda zijn opnieuw gearrangeerd voor de GBA-hardware, en het resultaat klinkt voller dan de piepjes en kraakjes van de Game Boy. Het Lavender Town-thema heeft nog steeds die onheilspellende toon, terwijl de Champion-battle muziek je adrenaline omhoog jaagt op precies het juiste moment. De geluidseffecten bij moves zijn simpel maar effectief, met genoeg variatie om gevechten auditief interessant te houden.

Tegelijkertijd moet ik eerlijk zijn over de beperkingen. De GBA-hardware laat geen complexe animaties toe, dus gevechten bestaan uit statische sprites die licht bewegen bij aanvallen. Vergeleken met latere Pokémon-games op de DS of 3DS oogt dat gedateerd. De overworld heeft geen dag-nachtcyclus zoals Gold en Silver die hadden, wat Kanto wat statischer maakt dan het had kunnen zijn. Binnen de grenzen van het platform levert de presentatie prima werk, maar verwacht geen visuele verrassingen.

Hoe speelt het technisch?

Op de originele GBA-hardware draait FireRed en LeafGreen foutloos. Geen framedrops, geen crashes, geen lange laadtijden. De game start snel op, slaat betrouwbaar op via de interne batterij en schakelt soepel tussen menu’s en gevechtsschermen. Voor wie de game speelt via de Nintendo Switch-versie op de eShop geldt dat de emulatie stabiel is, met opties om het scherm te schalen en save states te gebruiken.

De enige technische irritatie zit in het opslaan zelf. FireRed en LeafGreen gebruiken één save slot, en het opslaan duurt merkbaar langer dan in latere Pokémon-titels. Dat is een beperking van het originele ontwerp die in de Switch-versie deels wordt ondervangen door save states, maar het blijft een eigenaardigheid als je gewend bent aan autosave.

Voor wie deze remake werkt

FireRed en LeafGreen zijn ideaal voor spelers die een complete, afgeronde Pokémon-ervaring willen zonder online componenten, seizoensgebonden events of microtransacties. De hoofdcampagne duurt ongeveer 25 tot 30 uur, en met de Sevii Islands en Pokédex-completie zit je op 50 uur of meer. Het is een singleplayer-game in de puurste zin, met een duidelijk begin, midden en einde.

Voor wie is het minder geschikt? Als je gewend bent aan de modernere quality-of-life features van Pokémon Scarlet en Violet, zoals EXP Share voor het hele team en open-world verkenning, dan voelt FireRed en LeafGreen beperkter aan. Het grinden is reëel, de HM-structuur is verouderd, en de lineaire routestructuur laat weinig ruimte voor eigen keuzes in de volgorde. Dat is geen fout van de game, maar een kenmerk van het tijdperk waarin het is gemaakt.

De game werkt het best voor spelers die bereid zijn om zich aan te passen aan de regels van 2004. Wie dat doet, vindt een strak ontworpen RPG met een compact maar gevarieerd wereldontwerp, uitdagende gymgevechten en genoeg diepgang in teambuilding om meerdere playthroughs de moeite waard te maken. De prijs van €19,99 op de Nintendo eShop maakt de instap laagdrempelig genoeg om het een kans te geven.

Waar kun je FireRed en LeafGreen kopen?

Pokémon FireRed en Pokémon LeafGreen zijn digitaal beschikbaar via de Nintendo eShop op de Nintendo Switch. De games zijn opnieuw uitgebracht ter ere van het 30-jarig jubileum van Pokémon en worden afzonderlijk verkocht voor een geschatte prijs van €19,99 per stuk. Fysieke GBA-cartridges zijn alleen nog tweedehands verkrijgbaar via marktplaatsen en gespecialiseerde retrogamewinkels, maar de prijzen daarvan variëren sterk. Voor wie interesse heeft in videogames uit die periode, biedt de digitale versie een toegankelijke manier om deze klassiekers opnieuw te beleven.

(Koop bij voorkeur via officiële kanalen zoals de Nintendo eShop voor garantie en klantenservice. Prijzen kunnen variëren, controleer altijd de actuele prijs voor aankoop.)

Bekijk Pokémon FireRed en LeafGreen in actie:

Bekijk Pokemon FireRed/Pokemon LeafGreen in actie:


YouTube video preview
LarsKleinsman_gravatar
Video Games Editor