- Platform: PS
- Genre: Action
- Franchise: Soulsborne
- Releasejaar: 2014
Na tientallen uren in Drangleic deel ik mijn ervaringen met de Scholar of the First Sin-editie op PlayStation, van de eerste klap tot de laatste bonfire.
![]()
Druk op je schild
Drie hollows staan opgesteld in een smal gangetje, en ik druk R1 in voor een snelle zwaai. De eerste gaat neer, maar de tweede rolt opzij en de derde ramt zijn speer recht in mijn zij. Stamina op, health bar bijna leeg, en de bonfire is ver weg. Dark Souls II maakt binnen de eerste tien minuten iets heel duidelijk: aanvallen zonder plan is zelfmoord.
Het gevechtstempo ligt net iets anders dan in de eerste Dark Souls. Bewegingen voelen trager, gewichtiger, en de recovery-frames na een aanval zijn langer. Op de DualShock voelt dat verrassend goed, want elke druk op een knop heeft gewicht. De triggers reageren precies wanneer het moet, en dat is cruciaal in een game waar één gemiste dodge-roll het verschil maakt tussen overleven en opnieuw beginnen.
Wat mij opvalt aan de vijandelijke plaatsing is hoe bewust FromSoftware vijanden in groepen neerzet. Waar de eerste Dark Souls vaak één-op-één duels aanbiedt, gooit dit deel regelmatig drie of vier tegenstanders tegelijk op je af. Dat dwingt je om anders te denken over stamina-management. Soms is weglopen de slimste keuze, en dat voelt in het begin tegen-intuïtief. Na een paar uur wordt het een tweede natuur, waardoor elk gebied een puzzel wordt die je stukje bij beetje oplost.
De adaptability-stat speelt hier een grote rol. Zonder voldoende punten in die stat zijn je invincibility frames tijdens het rollen korter, en dat merk je direct bij vijanden die breed zwaaien. In mijn eerste run had ik daar geen punten in gestopt, en ik snapte niet waarom ik door aanvallen heen gerold werd die ik duidelijk ontweek. Na wat onderzoek en een respec later draaide de hele ervaring om. Dat is een designkeuze die je nergens uitgelegd krijgt in de game zelf, en die voor frustratie zorgt als je het niet weet. Tips voor Soulsborne-beginners kunnen helpen om dit soort valkuilen te vermijden in de eerste uren.
Majula laat je niet los
Na elk zwaar gevecht, na elke reeks deaths, is er Majula. De hub van Dark Souls II heeft een zonsondergang die permanent aan de horizon hangt, een rustig muziekthema, en een handvol NPC’s die langzaam verschijnen naarmate je vordert. Het contrast met de gebieden eromheen is enorm. Net kom je uit een giftig moeras vol vijanden die je nauwelijks kunt zien, en dan sta je weer op die klif met uitzicht op zee.
De wereldstructuur wijkt af van wat de eerste Dark Souls zo sterk maakte. In plaats van een onderling verbonden wereld waarin shortcuts terugkeren naar bekende plekken, werkt Dark Souls II meer als een spinnenweb met Majula in het midden. Vanuit de hub vertakken paden zich naar verschillende gebieden, maar die gebieden verbinden zelden met elkaar. Dat maakt de wereld minder organisch, en soms voelt een overgang tussen twee zones ronduit vreemd. Een lift omhoog vanuit een ondergrondse grot brengt je naar een kasteel omringd door lava. Dat klopt geografisch niet, en het haalt je even uit de ervaring.
Toch werkt die structuur op een andere manier goed. Als een pad te moeilijk is, kun je terug naar Majula en een compleet andere richting kiezen. Die vrijheid geeft ademruimte die de eerste Dark Souls niet altijd biedt. In mijn playthrough liep ik vast bij de Ruin Sentinels, draaide om, en ging eerst Heide’s Tower of Flame afmaken. Toen ik terugkwam bij de Sentinels was ik sterker, beter uitgerust, en versloeg ik ze in twee pogingen. Die keuzevrijheid maakt de frustratie draaglijker zonder de uitdaging weg te nemen.
Bossfights die blijven hangen
Dark Souls II heeft meer dan 30 bossfights, en de kwaliteit wisselt flink. De beste gevechten zijn briljant. De Fume Knight in de Crown of the Old Iron King DLC is een van de sterkste bossfights in de beste games uit de Soulsborne-reeks. Twee fases, strak ontworpen aanvalspatronen, en een arena die precies groot genoeg is om te manoeuvreren. Na een stuk of vijftien pogingen kende ik elk patroon, elke opening, en toen de finishing blow landde voelde dat als een echte overwinning.
Aan de andere kant staan bossfights die leunen op een simpele truc: meer vijanden tegelijk. De Skeleton Lords zijn daar een goed voorbeeld van. De drie bazen zelf zijn niet moeilijk, maar na elke kill spawnt een groep skeletons die je moet opruimen voordat je de volgende boss aanpakt. Het voelt minder als een duel en meer als crowd control. Dat patroon komt vaker terug dan ik zou willen, en het onderscheidt zich daarmee van de elegantere encounters in videogames zoals Dark Souls en Bloodborne.
De DLC-content in Scholar of the First Sin tilt het niveau duidelijk op. Sinh, the Slumbering Dragon is een drakengevecht dat goed gebruikmaakt van de volledige arena, terwijl de Burnt Ivory King een spectaculaire opbouw heeft met NPC-summons die samen met jou de strijd aangaan. Die DLC-bosses voelen alsof een ander team ze heeft ontworpen, met meer aandacht voor ritme en visuele storytelling. Het basegame heeft sterke momenten, maar de DLC is waar Dark Souls II echt schittert.
Verlies, leren en terugkomen
Bij elke dood in Dark Souls II verlies je een stukje van je maximale health bar. Dat is een mechaniek die niet in de andere Souls-games zit, en het is tegelijk briljant en meedogenloos. Na vijf of zes deaths op rij zit je op 50% van je health, tenzij je een Human Effigy gebruikt om je humanity te herstellen. Die items zijn beperkt, dus elke death weegt zwaarder dan in de rest van de serie.
Het progressiesysteem draait om souls verzamelen en investeren in stats, wapens en uitrusting. De buildvariatie is enorm. In mijn eerste run ging ik voor een strength-build met een grote hamer, waardoor ik vijanden in twee klappen kon neerleggen maar nauwelijks kon rollen. Mijn tweede run was een dex/faith-build met een katana en healing miracles, en dat voelde als een compleet andere game. Die variatie geeft Dark Souls II een hoge replay-waarde, want elk wapen en elke stat verandert fundamenteel hoe je speelt.
Wat de game goed doet is het belonen van aandacht. Vijandpatronen zijn consistent, en als je een route drie of vier keer loopt, ken je elke hinderlaag, elke val, elke vijand die achter een hoek staat te wachten. Na genoeg runs door een gebied verdwijnen vijanden zelfs permanent, wat een unieke mechaniek is in de serie. Dat geeft je de mogelijkheid om een pad vrij te maken naar een boss zonder telkens dezelfde vijanden te moeten verslaan. Voor sommige spelers voelt dat als een concessie, maar na twintig pogingen op dezelfde boss is het een welkome opluchting.
De bonfire ascetic voegt daar nog een laag aan toe. Met dit item kun je een gebied resetten naar een hogere moeilijkheidsgraad, waardoor vijanden sterker worden maar ook betere loot droppen. Het is een slim systeem dat je beloont voor het opnieuw uitdagen van gebieden die je al hebt overwonnen, en het geeft endgame-spelers een reden om terug te keren naar vroege zones.
PS-prestatie zonder opsmuk
Scholar of the First Sin draait op PS4 in 1080p met een stabiele 60fps, en dat maakt een groot verschil ten opzichte van de originele PS3-versie. De framerate houdt stand in de meeste situaties, ook tijdens bossfights met veel particle effects. Af en toe, vooral in gebieden met veel lichtbronnen en vijanden tegelijk, zijn er kleine dips merkbaar, maar die beïnvloeden de gameplay niet noemenswaardig.
De camera blijft een aandachtspunt. In nauwe ruimtes draait de camera soms achter muren of objecten, waardoor je het zicht op vijanden verliest. Dat is frustrerend in een game waar elke aanval dodelijk kan zijn. Het lock-on systeem werkt goed bij één-op-één gevechten, maar bij groepen vijanden springt het soms naar de verkeerde target. Na een tijdje leer je om het lock-on los te laten in bepaalde situaties, maar dat voelt als een workaround voor een probleem dat er niet zou moeten zijn.
Op PS5 draait de game via backwards compatibility zonder problemen. De laadtijden zijn merkbaar korter dan op PS4, wat prettig is omdat je bij elke death een laadscherm te zien krijgt. De DualSense voegt geen haptische feedback of adaptive triggers toe, want de game is niet specifiek voor PS5 geoptimaliseerd. De DualShock 4-input werkt prima, en de besturing voelt responsief genoeg voor de snelheid die de game vraagt.
Visueel verraadt Dark Souls II zijn leeftijd. Texturen zijn bij close-up vaak vlak, en sommige omgevingen zien er kaal uit vergeleken met latere Soulsborne-titels. Maar de art direction compenseert dat deels. Gebieden als Dragon Aerie en Drangleic Castle hebben een sterke visuele identiteit, en de belichting in Scholar of the First Sin is duidelijk verbeterd ten opzichte van het origineel. De soundtrack is subtiel maar effectief, met tracks die pas opvallen als je ze mist.
Voor wie is Dark Souls II
Dark Souls II is de meest toegankelijke instap in de Soulsborne-serie, en tegelijk de meest eigenzinnige. De buildvariatie, de keuzevrijheid in volgorde, en het feit dat vijanden na genoeg runs verdwijnen, maken het iets vergevingsgezinder dan de reputatie doet vermoeden. Maar “vergevingsgezinder” is relatief. De game straft fouten hard af, en zonder geduld en bereidheid om patronen te leren kom je niet ver.
Als je de andere Souls-games hebt gespeeld en Dark Souls II hebt overgeslagen vanwege de gemengde reputatie, raad ik de Scholar of the First Sin-editie aan. De DLC-content is uitstekend, de vijandplaatsing is herzien ten opzichte van het origineel, en de technische verbeteringen op PS4 en PS5 maken het een stuk prettiger spelen. Verwacht geen Bloodborne-snelheid of Elden Ring-openheid, maar een game die op zijn eigen voorwaarden werkt en beloont.
Voor spelers die nieuw zijn in het genre is Dark Souls II een prima startpunt, mits je accepteert dat de game je weinig uitlegt. De adaptability-stat, het hollowing-systeem en de buildopties vragen om eigen onderzoek of een bereidheid om te experimenteren. Dat is deel van de ervaring, en voor veel spelers precies de reden waarom ze terugkomen.
Waar kun je Dark Souls II kopen?
Dark Souls II is beschikbaar voor PlayStation in de vorm van Dark Souls II: Scholar of the First Sin, de definitieve editie met alle DLC-content en verbeterde graphics. De geschatte prijs ligt tussen €9,99 en €39,99, afhankelijk van aanbiedingen en de retailer. De game is te koop via de PlayStation Store, Bol.com en andere Nederlandse game-retailers, zowel fysiek als digitaal. Scholar of the First Sin gaat regelmatig in de aanbieding op de PlayStation Store, dus het loont om sites als PSprices.com of PSdeals.net in de gaten te houden. De game is backwards compatible op PS5.
(Koop via officiële retailers voor garantie en klantenservice. Prijzen kunnen variëren per aanbieder en moment van aankoop.)
Bekijk Dark Souls II in actie:
Bekijk Dark Souls II in actie:




