Assassin’s Creed Origins: de RPG-reset van een franchise in Egypte

arrow-down
  • Platform: PC, PS, Xbox
  • Genre: RPG
  • Franchise: Assassin’s Creed
  • Releasejaar: 2017

Ptolemeïsch Egypte bleek de perfecte achtergrond voor een franchise die zichzelf opnieuw moest uitvinden. Dit is mijn verslag na tientallen uren door woestijnen, piramides en politieke samenzweringen.

Uitgelichte thumbnail van Assassin's Creed Origins met Bayek in woestijnomgeving in het oude Egypte

Sinaasappels, zand en schaduw

De eerste keer dat ik met Bayek van Siwa door de woestijn reed en in de verte de piramides van Gizeh zag opdoemen, wist ik dat dit geen gewoon Assassin’s Creed-deel was. De schaal van de wereld is direct voelbaar. Waar oudere delen je door dicht op elkaar gebouwde steden stuurden met vaste parcourroutes, gooit Assassin’s Creed Origins je in een open landschap dat je zelf moet verkennen. Geen minimap die je hand vasthoudt, maar een kompas bovenin het scherm en een adelaar genaamd Senu die je inzet om gebieden te scannen.

Die eerste uren in Siwa voelen compact en overzichtelijk. Een klein dorpje, een paar opdrachten, een handvol vijanden. Maar zodra de wereld opengaat richting Alexandria en het Fayoum-meer, verandert het tempo. Opeens liggen er vijanden rond die tien levels hoger zijn dan jij, en dan merk je meteen dat Origins geen traditioneel actie-avontuur meer is. Het RPG-systeem drukt op alles, van de schade die je dealt tot de quests die je kunt aannemen. Dat was voor mij het moment waarop duidelijk werd dat Ubisoft de serie echt een andere kant op had gestuurd.

Wat opvalt is hoe natuurlijk die overgang aanvoelt tijdens het spelen. De loot die je vindt heeft stats, wapens hebben verschillende klassen en je skill tree biedt drie takken om te investeren. Toch voelt het niet geforceerd, omdat de wereld zelf je nieuwsgierigheid prikkelt. Een ruïne in de verte, een konvooi op de weg, een onbekend vraagteken op de kaart. Origins vertrouwt erop dat je zelf de richting kiest, en dat werkt verrassend goed.

Bayek maakt het persoonlijk

Bayek is een van de sterkste hoofdpersonages die de Assassin’s Creed-serie heeft gehad, en dat zeg ik niet zomaar. Zijn motivatie is vanaf het begin glashelder. De moord op zijn zoon Khemu drijft alles wat hij doet, en dat merk je in de manier waarop hij met NPC’s praat, in zijn woede-uitbarstingen na een assassination, en in de zeldzame momenten van kwetsbaarheid die de game je gunt. Tijdens een side quest waarin hij een kind helpt dat zijn ouders kwijt is, breekt zijn stem bijna. Dat soort details geven het verhaal gewicht.

De relatie met Aya is een ander sterk punt, al voelt die soms ongelijk verdeeld. Aya krijgt eigen speelbare secties, maar die zijn korter en minder diepgaand dan Bayeks hoofdverhaal. Toch werkt de dynamiek tussen hen, juist omdat hun paden uit elkaar lopen naarmate het verhaal vordert. Wraak trekt hen samen, maar de manier waarop ze die wraak verwerken drijft hen uit elkaar. Dat is een keuze die de schrijvers bewust hebben gemaakt, en het geeft het einde meer impact dan ik had verwacht.

Tussen de historische grandeur van Cleopatra, Caesar en de Ptolemeïsche machtsstrijd houdt Origins het verhaal verrassend klein en menselijk. De grote politieke intriges zijn er, maar de kern blijft een vader die zijn zoon verloor. Die combinatie werkt, omdat Bayek nooit verdwijnt achter de setting. Elk gesprek, elke cutscene brengt je terug naar zijn persoonlijke strijd.

Gevechten op je huid

Het oude counter-based systeem is volledig geschrapt. In plaats daarvan heeft Assassin’s Creed Origins een hitbox-gebaseerd gevechtssysteem waarin timing, afstand en wapenkeuze bepalen of je een gevecht overleeft. Lichte en zware aanvallen, ontwijken, een schild om aanvallen te blokkeren. Het voelt dichter bij een action-RPG dan bij wat de serie eerder bood, en dat is even wennen.

De eerste keer dat ik een phylake tegenkwam, een rondtrekkende elite-vijand met een schedel-icoon boven zijn hoofd, was een reality check. Ik was level 18, hij was level 22. Vier levels verschil klinkt niet dramatisch, maar in Origins is dat het verschil tussen een spannend gevecht en een onmogelijke muur. Mijn aanvallen tikten nauwelijks wat van zijn health bar af, terwijl hij mij in twee klappen neersloeg. Dat dwingt je om weg te lopen, te grinden, en later terug te komen. Soms voelt dat als een goede motivatie om de wereld verder te verkennen, maar op andere momenten is het frustrerend dat het level-systeem zo hard ingrijpt.

Wapenvariatie is een van de sterke kanten. Zwaarden, sikkels, zware knotsen, speren, bogen in verschillende categorieën. Elk wapentype speelt anders, en de keuze tussen een snelle sikkel en een trage maar verwoestende heavy blunt verandert je hele aanpak. De Predator Bow werd mijn persoonlijke favoriet, omdat je daarmee vijanden op afstand kunt uitschakelen met een bestuurbare pijl. Dat soort opties geven de combat genoeg variatie om tientallen uren interessant te blijven.

Toch mist de combat soms de diepgang die het systeem belooft. Veel gevechten komen neer op ontwijken, twee keer slaan, weer ontwijken. De AI van vijanden is beperkt, en zodra je het patroon doorhebt wordt het een kwestie van herhaling. Grotere vijanden en bossfights bieden meer uitdaging, maar de standaard soldaten en bandieten vormen zelden een echte bedreiging als je op level bent. Dat herinnert aan designfrictie in andere shooters, waar herhaling de ervaring kan ondermijnen.

Een wereld vol omwegen

De map van Assassin’s Creed Origins is enorm. Van de woestijnen van de White Desert tot de groene delta rond Memphis, van de drukke straten van Alexandria tot de afgelegen oases in het westen. Elk gebied heeft een eigen visuele identiteit en een eigen levelrange, waardoor de wereld aanvoelt als een serie aaneengeschakelde regio’s die je geleidelijk ontgrendelt door sterker te worden.

Side quests zijn over het algemeen beter geschreven dan in eerdere Assassin’s Creed games. Veel opdrachten vertellen hun eigen korte verhaal, met NPC’s die een naam en een motivatie hebben in plaats van generieke vraagstellers. Een quest waarin ik een priester hielp die beschuldigd werd van diefstal bleef hangen, omdat het eindigde met een moreel grijs gebied dat de game niet voor me oploste. Dat soort momenten tillen de side content boven het niveau van standaard fetch quests.

Toch is er ook veel vulmateriaal. Forten volgen een vast patroon, met een commandant om uit te schakelen, een schatkist om te plunderen en een paar extra doelen. Na het tiende fort voelt dat formulaïsch, hoe mooi de locaties ook zijn. Tombes bieden een welkome afwisseling met hun puzzels en verborgen kamers, maar ook die zijn niet allemaal even memorabel. De Discovery Tour, een educatieve modus zonder combat, is een leuke toevoeging voor wie puur van de setting wil genieten.

Het gevolg is dat de game je constant iets te doen geeft, maar niet altijd met dezelfde kwaliteit. De beste momenten ontstaan als je doelloos rondzwerft en iets onverwachts tegenkomt. Een hippo die je aanvalt terwijl je door een rivier zwemt, een karavaan die overvallen wordt, een verborgen ingang naar een ondergrondse tombe. Die spontane ontdekkingen geven de wereld leven. De gestructureerde content daarentegen kan na verloop van tijd voelen als een checklist die je afwerkt om XP te verzamelen.

Egypte ziet er scherp uit

Visueel is Assassin’s Creed Origins nog steeds indrukwekkend, ook jaren na release. De lichtval in de woestijn, de manier waarop zand beweegt tijdens een storm, de gedetailleerde interieurs van tempels en paleizen. Ubisoft heeft duidelijk veel onderzoek gedaan naar de architectuur en cultuur van Ptolemeïsch Egypte, en dat zie je terug in elk gebouw, elk standbeeld, elke hiëroglief op de muren.

Alexandria is het visuele hoogtepunt. De Pharos-vuurtoren, de bibliotheek, de drukke markten met handelaren en soldaten. Het voelt als een levende stad, compleet met dag-nachtcyclus en NPC’s die hun eigen routines volgen. Daartegenover staat de woestijn, die met minimale middelen maximale sfeer creëert. Soms reed ik minutenlang door niets anders dan zand en rotsen, en toch voelde dat niet leeg. De horizon, de hitte-shimmer, het geluid van wind over de duinen, het klopt allemaal.

De soundtrack van Sarah Schachner verdient een aparte vermelding. De mix van traditionele Egyptische instrumenten met moderne orkestratie past perfect bij de toon van de game. Vooral de rustige stukken tijdens het verkennen van de wereld zijn sterk, terwijl de combat-muziek genoeg urgentie toevoegt zonder opdringerig te worden. Ambient audio is ook goed verzorgd, met vogelgeluiden, straatgeluiden en het geruis van de Nijl die samen een geloofwaardige geluidswereld vormen.

Voor wie blijft Origins overeind?

Assassin’s Creed Origins is op zijn sterkst voor spelers die houden van een grote open wereld met een historische setting en een verhaal dat je door die wereld trekt. De combinatie van Bayeks persoonlijke reis, de variatie in landschappen en de RPG-systemen maakt het een game waar je makkelijk 40 tot 60 uur in kwijtraakt. Voor fans van The Witcher 3 of Horizon Zero Dawn voelt Origins als vertrouwd terrein met een Egyptisch jasje, en wie op zoek is naar gaming content met diepgang vindt hier genoeg om in te duiken.

Tegelijkertijd zijn er duidelijke pijnpunten. Als je Origins benadert als een stealth-game in de traditie van de oudere Assassin’s Creed-delen, ga je teleurgesteld raken. Stealth werkt, maar het is niet de focus. De level-gates kunnen frustrerend zijn als je gewoon het verhaal wilt volgen zonder side content te doen. En de hoeveelheid content is indrukwekkend, maar niet alles houdt hetzelfde kwaliteitsniveau vast.

Op technisch vlak draait de game stabiel op alle platforms, al profiteren PC-spelers het meest van hogere framerates en resoluties. De 60fps-patch voor PS5 en Xbox Series X heeft de console-ervaring flink verbeterd ten opzichte van de originele 30fps op PS4 en Xbox One. Crashes of bugs ben ik nauwelijks tegengekomen, wat voor een open wereld van deze omvang opvallend is.

Mijn conclusie is helder. Assassin’s Creed Origins is een sterke RPG met een van de beste settings en hoofdpersonages in de franchise. De combat heeft ruimte voor verbetering, de open wereld kan overweldigend aanvoelen en het level-systeem dwingt je soms tot grinden. Maar als je bereid bent om je onder te dompelen in Ptolemeïsch Egypte en Bayeks verhaal de tijd te geven, dan krijg je daar een memorabele ervaring voor terug.

Waar kun je Assassin’s Creed Origins kopen?

Assassin’s Creed Origins is beschikbaar voor PC, PlayStation en Xbox bij verschillende Nederlandse retailers, zowel fysiek als digitaal. Omdat de game al sinds 2017 op de markt is, liggen de prijzen doorgaans tussen de €19,99 en €23,98, afhankelijk van het platform en de winkel. De Ubisoft Store biedt de PC-versie digitaal aan, terwijl winkels als bol.com, MediaMarkt, Nedgame en Amazon.nl de console-versies verkopen.

(Koop altijd via officiële retailers voor garantie en klantenservice. Prijzen kunnen variëren en zijn onder voorbehoud van beschikbaarheid.)

Bekijk Assassin’s Creed Origins in actie:

Bekijk Assassin’s Creed Origins in actie:


YouTube video preview
Bas_SBW
Video Games Editor